FAQ in the category of Het Geloof

1 Hoe kan ik geloven in datgene wat ik niet zie?

Het is een feit dat de wereld waarin wij leven niet alleen met onze vijf zintuigen waar te nemen is. De mens kan met zijn ogen enkel de materiële wereld zien, met zijn tong de verschillende smaken proeven, met zijn oren verschillende geluiden horen en met zijn neus verschillende geuren waarnemen. Echter gelooft de mens wel in heel veel dingen die hij niet met de vijf zintuigen kan waarnemen, zoals elektriciteit, zwaartekracht en stralingen (infrarood-, ultraviolet- en radioactieve stralingen). Dat deze krachten allemaal bestaan kan men dus niet ontkennen, ondanks dat deze niet met de vijf zintuigen waar te nemen zijn.

Door te zeggen: “Ik geloof niet in datgene wat ik niet zie”, denken mensen dat de bestaanswereld alleen uit materie bestaat die enkel te zien is met ogen. In verhouding zijn er veel meer dingen die in deze wereld niet te zien zijn dan de dingen die wel zichtbaar zijn. Zelfs onzichtbare creaties zoals verstand, fantasie en geheugen in het menselijk lichaam zijn in vergelijking met het zichtbare veel meer aanwezig. Zoals hierboven omschreven staat, kunnen we er van uitgaan dat er ook wezens bestaan die we niet kunnen zien.

Van het ene orgaan in je lichaam kan niet verwacht worden dat het de functie uitvoert van een ander orgaan in je lichaam. Oren kunnen bijvoorbeeld niet de taak van de ogen uitvoeren. De mens kan met zijn ogen niet de smaak van eten proeven, de zang van vogels beluisteren of aan een roos ruiken. De ogen kunnen deze functies van andere organen niet overnemen. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de ogen de functie van het verstand niet kunnen overnemen. Alles wordt dus gekoppeld aan het verstand. Het verstand zet alle waargenomen informatie van de organen om tot iets waarneembaars.

Een kunstwerk kan je zien met het oog. De bedoeling van de kunstenaar is dat zijn kunstwerk begrepen wordt met het verstand van de aanschouwers. Als het kunstwerk niet met het oog waar te nemen is of als het verhaal achter kunstwerk niet begrepen wordt, kan niet gezegd worden dat de kunstenaar niet bestaat. Net zoals in dit voorbeeld: iemand die dit geweldige universum - vergelijkbaar met een kunstwerk - aanschouwt, maar tegelijkertijd de kunstenaar ontkent, neemt afstand van kennis en verstand.

‘’Degenen die alle antwoorden in de materiële wereld opzoeken, kennen alleen datgene wat hun ogen zien en dergelijke ogen zijn blind in spirituele zaken.’’1

----------------------------------------------------

1.Risale-i Nur, De brieven, de zaden van de geloofswaarheden nr. 55.

2 Waarom zou iemand zich willen koppelen aan een geloof met veel regels?

Vanaf de geboorte koppelt de mens zich steeds aan regels. Dit gebeurt bewust en/of onbewust.  In de puberteit vindt een gedeeltelijke opstand plaats tegen de regels die door de ouders worden opgelegd en weer zonder besef vindt er een koppeling plaats aan de regels van de ‘beste’ vrienden. Verder kan gedacht worden aan de regels op school of de regels die op je werk zijn vastgelegd. Na het behalen van het rijbewijs, in het huwelijk of na het krijgen van kinderen spelen regels ook een belangrijke rol in het leven van de mens. Telkens koppelt hij zich weer aan nieuwe regels.

Deze regels zijn ook op grotere schaal terug te vinden in bijvoorbeeld een gemeente, stad of land. Om een gezonde en rechtvaardige samenleving te bekomen, hebben maatschappijen regels en (grond)wetten opgesteld. Regels spelen op deze wereld dus zowel op kleine schaal als op grote schaal een hele belangrijke rol. Dit is om chaos te voorkomen. Als men zich niet houdt aan de regels, moet men ook bereidt zijn voor de gevolgen. Tenslotte is de vrijheid van de mens afhankelijk van meerdere factoren o.a. leefgebied.

Als mensen al gebonden zijn aan verschillende regels die zij zelf hebben opgesteld om het leven voor iedereen te vergemakkelijken en gelukkiger te kunnen leven, waarom zou men er dan aan twijfelen dat ook Allah regels heeft opgesteld waarmee mensen zowel op deze wereld als in het Hiernamaals gelukkig kunnen leven? Naast het feit dat deze goddelijke regels de mens mentaal sterk maken, zorgen deze regels ook ervoor dat mensen zich ontwikkelen en zich klaarmaken voor de uiteindelijke bestemming, het hiernamaals.

De islam wil dat mensen zich niet blindelings overgeven aan het geen wat al bepaald is door anderen, maar motiveert ze om zelfstandig op zoek te gaan. In de volgende verzen wordt de mens aangezet om na te denken, te beredeneren, te onderzoeken en het verstand te gebruiken.

“Denken jullie dan niet na?”1

“En zeker heeft hij (satan) velen van jullie doen dwalen. Gebruiken zij hun verstand dan niet?”2

Een ander belangrijk aspect is dat mensen die zich koppelen aan de regels van Allah juist bevrijdt worden van de kettingen van de maatschappij waar ze aan gebonden zijn.

Dit zou onmiddellijk de vraag oproepen: ‘’Waarom aanbidden wij Allah niet en worden wij slaaf van vele kleine afgoden zoals geld, macht, status, werk en nog vele andere aardse totems en idolen.’’

De vraag is nu wie is het meest vrij? Iemand die een God aanbidt, Zijn regels volgt en het ware geluk zowel op deze wereld als in het hiernamaals vindt? Of iemand die weigert één God te aanbidden en in plaats daarvan in een web terecht komt van afgoden die allemaal verschillende regels hebben en onmogelijk zijn na te komen; waardoor het zijn leven zowel hier als in het hiernamaals alleen maar schade toebrengt?

“Gebruiken jullie je verstand dan niet?”3

---------------------------------------------------------------------------------------

1.De Heilige Koran, Al-Baqarah (De Koe) 2/44.
2.De Heilige Koran, Ya-Sin (de Arabische letters Ya Sin), 36/62.
3.De Heilige Koran, 10/16, 21/10, 21/67, 28/60.

3 Is de behoefte om te geloven aangeboren?

De Zwitserse psycholoog Pierre Bovet legt in zijn boek Le sentiment religieux et la psychologie de l'enfant1 (De geloofsemotie en kinderpsychologie) uit dat psychisch gezonde kinderen tot een bepaalde leeftijd een tot zichzelf behorend en van nature aanwezig geloof hebben. In de vorming van dit primitieve geloof speelt zowel de maatschappij als het persoonlijke besef, verstand en de verbeelding een belangrijke rol.

Misschien vult het kind zelf de inhoud van religieuze concepten aan die hij van de maatschappij verkrijgt. Echter, met de tijd zal hij de tegenstellingen tussen zichzelf en de maatschappij inzien en zich daarnaar aanpassen.

Veel wetenschappers en filosofen hebben onderzoek gedaan naar het “natuurlijke geloof” van kinderen. Een van hen is de Amerikaanse filosoof William James. Om de ontwikkeling van het natuurlijke geloof bij kinderen te kunnen onderzoeken, heeft hij de herinnering en het gedrag van een kind genaamd Ballard tot zijn elfde geobserveerd. Ballard was stom, had nooit wat geleerd en leefde afgezonderd van de maatschappij. Ballard, die later wel goed opgeleid werd, vat zijn gedachtes en gevoelens over het postmateriële als volgt samen:

Soms ging ik met mijn vader wandelen. De natuur en het uitzicht hadden een grote impact op mij. Ik kon niet praten en schrijven, maar dat weerlegde mij er niet van om   na te denken. Ik stelde mezelf vragen: Hoe is de wereld ontstaan? Hoe is het leven van de mens begonnen? Hoe zijn de planten en overige levensvormen tot stand gekomen? Wat is de oorzaak die de aarde, maan en zon heeft doen ontstaan? Hoe is deze materiële wereld ontstaan? Wie laat mij nadenken over deze vragen? Hoe is de eerste mens, het eerste dier, de eerste plant zonder een zaad ontstaan? Waar komen wij vandaan en waar gaan wij heen?,Hoe is het universum ontstaan? Vooral deze vraag kon ik niet beantwoorden. Ik dacht er constant over na, gaf het na een tijdje op en begon opnieuw na te denken over dit onderwerp.”2

Vele andere psychologen hebben dit fenomeen ook onderzocht en kwamen uit op soortgelijke resultaten. Zo begrijpen wij dus dat ook kinderen zich al in hun zeer jonge jaren met nieuwsgierigheid tot het universum en de natuur wenden en zich de bovengenoemde vragen stellen. Dit zit in de aard van de mens. Zoals we zien is het nadenken over zulke vragen niet alleen weggelegd voor filosofen, maar ook kinderen, jongeren en ouderen denken regelmatig na over deze vragen.

De heilige en verhevene boek Koran, vertelt op een prachtige wijze hoe een van de grote profeten Abraham nog op jonge leeftijd op zoek was naar de Schepper. Hij zocht naar zijn Schepper in de natuur en het heelal door te kijken naar de sterren, de maan en de zon. Uiteindelijk kwam profeet Abraham erachter dat het Allah is, de Verhevene en dus boven al het waarneembare verheven.

De islam geeft duidelijk aan dat elk mens van nature monotheïstisch is. In de edele Koran lezen we dan ook dat de mensheid geschapen is met een natuurlijke neiging richting de eenheid van God. Hij is het voorbeeld van perfecte eenheid. Sprekend met de woorden van de laatste boodschapper van Allah:

"Elk pasgeborene wordt geboren met natuurlijke instincten van de islam (inheemse intuïtie van God). Vervolgens maken de ouders dat kind een christen, jood of een polytheïst."3

--------------------------------------------------------

1.Bovet, P. (1951). Le sentiment religieux et la psychologie de l’enfant.
2.Pierre Bovet, Le sentiment religieux et la psychologie de l’enfant, p. 71-72.
3.Hadith, Buhârî, Cenâiz 92; Ebû Dâvud, Sünne 17; Tirmizî, Kader 5.
Buharî, Muslim, Tirmizi, Ebu Davud, NesaÎ, ibni Mâce, Muwatta, Müsnet, etc. zijn naast de Koran de meest betrouwbare bronnen omtrent de hadith (vertellingen) van de profeet Mohammed.