Hebzucht is de reden tot falen en verlies

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. Zonder twijfel is slecht Hij Die voorziet, de Almachtige, de Permanente: Allah [51:58] En hoeveel dieren zijn er die hun eigen onderhoud niet meedragen? Allah onderhoudt hen en u en Hij is de Alhorende, de Alwetende [29:60]

O gelovigen! Voorheen heb je begrepen hoe schadelijk vijandschap is. Besef ook dat hebzucht net zo een ernstige en schadelijke ziekte is als vijandschap voor het islamitische leven.

Hebzucht is een reden tot verlies, een ziekte en een verval; zij brengt gebrekkigheid en ellende. Voorwaar, het verval en ellende van het Joodse volk dat de wereld met meer hebzucht dan elk volk bestormt, is een absoluut bewijs van dit oordeel.

Waarlijk, van de grootste kring tot aan het meest simpele schepsel binnen de wereld van de levenden, overal toont hebzucht haar nadelige werking. Het wensen van onderhoud met overgave (aan Allah) is daarentegen een reden tot rust en toont overal zijn positieve werking. Bijvoorbeeld, doordat de vruchtgevende bomen en planten onder de levenden die behoeftig zijn aan onderhoud, met volle overgave en tevredenheid op hun plek blijven staan zonder hebzucht te tonen, haast hun levensonderhoud zich naar hun toe. Ze verzorgen heel wat meer nageslacht dan dieren. Dieren daarentegen verkrijgen met veel inspanning beperkt onderhoud, omdat ze met hebzucht achter hun onderhoud rennen.

Het zwakke en arme nageslacht binnen het dierenrijk dat met zijn houding zijn overgave uit, verkrijgt zijn verdiende levensonderhoud uit de weelde van de Barmhartige op een perfecte en fraaie wijze. Beesten die met hebzucht hun onderhoud bestormen, verwerven hun onverdiende en onbehaaglijke onderhoud met veel moeite. Ook dit toont aan dat hebzucht een reden tot onthouding is; overgave en tevredenheid zijn daarentegen redenen tot barmhartigheid.

Onder de mensheid klampt het Joodse volk zich aan de wereld met meer hebzucht en bindt zich met het aardse leven met meer hartstocht dan welk volk ook. De onverdiende rentewinst waarover zij slechts schatbewaarders zijn, verwerven ze met veel moeite en zij baat hen weinig. De vernedering en armoede, moord en bedrog die ze daardoor verkrijgen van alle volken tonen ook aan dat hebzucht de bron is van verval en verlies.

Ook zijn er zoveel voorvallen over het feit dat een hebzuchtige elk moment in verlies vervalt dat [qtip:(4)|Hebzucht is het reden tot falen en verlies]اَلْحَرِيصُ خَاۤئِبٌ خَاسِرٌ  een gezegde is geworden en wereldwijd als waarheid is aanvaard. Aangezien het zo is, mocht jij veel liefde koesteren voor jouw eigendom, verlang dan niet met hebzucht, maar met genoegen vaan bezit, opdat jij meer ontvangt.

Tevreden en hebzuchtige mensen lijken op twee personen die de ontvangstruimte van een verheven individu betreden. De ene zegt in zijn hart: ''Laat hem mij enkel accepteren; als ik gered word van de kou buiten, is het voldoende voor mij. Al zouden ze mij de laagste zitplaats geven, het is een gunst.''

De tweede persoon zegt arrogant in zijn hart, alsof hij ergens recht op heeft en alsof iedereen verplicht is hem eerbiedig te behandelen: ''Mij hoort de hoogste zitplaats gegeven te woorden.'' Met die gretigheid komt hij binnen, richt zijn blik op hoge posities en wil deze betreden. De eigenaar van de ontvangstruimte stuurt hem daarentegen terug en laat hem onderaan zitten. Terwijl hij hem hoort te danken, koestert hij woede in zijn hart in plaats van dank. Hij bekritiseert de huisheer en dankt hem niet. De huisbaas ergert zich hierdoor aan hem.

De eerste man betreedt de ontvangstruimte bescheiden en wil plaat nemen op de laagste zitplaats. Door deze tevredenheid van hem, raakt de eigenaar van de ontvangstruimte vergenoegd waarop hij zegt: ''treed toe tot deze hogere zitplaats''. En naarmate die man nadert, neemt zijn dankbetuiging toe; zijn tevredenheid stijgt.

Zie nu, de wereld is een ontvangstruimte van de Barmhartige. De aarde is een schenkplaats van Genade. De variaties in onderhoud en zegeningen dienen als verschillende zitplaatsen.

Ook kan iedereen bij de simpelste handelingen het nadelige effect van hebzucht waarnemen. Bijvoorbeeld wanneer twee bedelaars om iets vragen, voelt iedereen in zijn hart een afkeer jegens de bedelaar die hebzuchtig smeekt en schenkt hem niets, en voelt mededogen jegens de kalme bedelaar en begunstigt hem.

Ook wanneer jij bijvoorbeeld 's nacht jouw slaap verliest terwijl jij wilt slapen, kun je slaap krijgen door het te negeren. Als jij gretig verlangt naar slaap en blijft peinzen van ''ik moet slapen, ik moet slapen'', ontglipt jouw slaap jou volledig.

Ook wanneer jij bijvoorbeeld gretig op iemand wacht voor een kritieke uitslag. Door in jezelf ''Hij komt niet, hij komt niet'' te zeggen, verkwist uiteindelijk gretigheid jou geduld; je staat op en vertrekt. Een minuut later arriveert die man, echter bezwijkt die kritieke uitslag waar je op wachtte.

Het geheim achter deze gebeurtenissen is het volgende: zoals er voor het ontstaan van brood: een akker, graan, molen en oven vereist zijn, is er ook een doelbewuste wijsheid achter de ontwikkelingsstappen van een object. Als iemand door hebzucht roekeloos handelt, let hij niet op de figuurlijke treden die leiden naar dat object dat stapsgewijs ontstaat; óf hij springt en valt, óf hij laat een trede leeg en bereikt zijn doel niet.

O broeders die door inkomstbekommeringen versuft en door wereldse hebuzcht dronken zijn geworden! Hoe kunnen jullie zonder haram en helal te zeggen, op de weg van hebzucht, allerlei soorten lage streken uithalen en alle middelen aannemen en vele zaken die van belang zijn voor het spirituele leven opgeven, terwijl hebzucht zo schadelijk en ellendig is, en verlaten jullie zelfs een essentiële zuil onder de Islamitische zuilen 'de Zakaat'[qtip:(5)|Dit is een van de vijf zuilen van de Islam; het geven van aalmoezen] omwille van hebzucht? De Zakaat is echter voor iedere persoon een reden tot zegeningen en een opheffer van tegenspoeden. Degene die de Zakaat niet afstaat, zal in ieder geval een Zakaatbedrag aan goederen verliezen; óf hij zal het aan nutteloze dingen besteden óf rampen zullen het hem ontnemen.

[Bediuzzaman Said Nursi, De uiteenzetting over Broederschap, Het tweede gedeelte, blz 34]

Read 7.126 times
GERELATEERDE VRAGEN