Zuinigheid en gulheid van Abdullah ibn Omar(RA)

Er zit veel verschil tussen bezuiniging en gierigheid. Bijvoorbeeld, bescheidenheid is een geprezen eigenschap die schijnbaar lijkt op, maar inhoudelijk anders is dan de zondige eigenschap zelfvernedering. Ook is bedaardheid een geprezen eigenschap die schijnbaar lijkt op, maar inhoudelijk anders is dan de kwade eigenschap hoogmoed. Evenzo heeft de eigenschap bezuiniging, welke deel uitmaakt van de verheven profetische eigenschappen en behoort tot de basis van de diepzinnige Goddelijke orde in het universum, geen enkele band met gierigheid, wat een fusie is van ontstentenis, schraapzucht, inhaligheid, en hebzucht. Er is slechts een ogenschijnlijke gelijkenis. De volgende gebeurtenis bevestigt deze werkelijkheid:

Abdullah ibn Omar (RA), oftewel één van de bekende zeven Abdullah genaamde metgezellen, was de prominentste en oudste zoon van Omar, alias de kalief der Godsgezant (VZMH) en grootste scheider van vals- en waarheid. Tevens was hij één van de voornaamste onder de geleerde metgezellen. Omwille van bezuiniging en de bescherming van de handelskern, bestaande uit vertrouwen en harmonie, zette veertig cent dit gezegende individu tijdens een onderhandeling op de markt aan tot een heftige discussie. Een andere metgezel aanschouwde deze discussie. Deze omstander veronderstelde dat de zoon van de hooggewaardeerde kalief op aarde zich tijdens die discussie bizar gierig opstelde om veertig cent. Om het handelingsmotief van Abdullah te achterhalen, besloot deze metgezel om hem te achtervolgen.

Abdullah (RA) liep richting zijn gezegende huis. Voor zijn deur trof hij een arme man aan. Abdullah (RA) bleef een tijdje met hem praten, waarna de arme vertrok. Vervolgens betrad Abdullah zijn huis en kwam via een ander deur naar buiten. Daar trof hij een andere arme aan. Ook met hem bleef hij een tijdje praten, waarna hij weer vertrok.

Dit gebeuren wekte de nieuwsgierigheid op van de metgezel die hem van afstand observeerde. Hij zocht de twee arme mannen één voor één op en vroeg hen: “De imam stond een tijdje bij jullie. Wat heeft hij eigenlijk gedaan?”

Beiden zeiden: “Hij gaf mij een stuk goud.”

Daarop zei de metgezel: “Bij ALLAH, de Feilloze! In eerste instantie discussieert hij heftig op de markt om veertig cent, vervolgens geeft hij twee goudstukken helemaal vrijwillig weg, zonder het aan iemand te laten merken.”

Even later liep hij Abdullah ibn Omar tegemoet en zei:

“O imam, ontrafel mijn dilemma. Waarom heb jij op de markt zus en thuis zo gehandeld?”

Abdullah zei:

“De houding op de markt komt voort uit zuinigheid, een volwassen verstand, en het willen stabiliseren van vertrouwen en rechtschapenheid, welke de basis en ziel vormen van handel; ze bestond niet uit gierigheid. De houding bij mij thuis kwam voort uit genade van het hart en de volwassenheid van de ziel. Noch was mijn eerste houding gierig, noch mijn tweede houding verkwisting.”

Imam Âzam (RA) gaf met de volgende uitspraak een verwijzing naar dit geheim: oftewel, لاَ اِسْرَافَ فِى الْخَيْرِ كَمَا لاَ خَيْرَ فِى اْلاِسْرَافِ 

“(Geplaatste) weldadigheid en gulheid vallen niet onder verkwisting, evenmin als verkwisting onder weldadigheid valt.”

 

 


 

Bediuzzaman Said Nursi, De Traktaten over de Ramadan, Bezuiniging & Dankbetuiging, pp. 40-42.

Read 8.327 times
In order to make a comment, please login or register
GERELATEERDE VRAGEN